Een eerste verwijzing naar het bestaan van de watermolen van Mullem gaat terug tot de 13 e eeuw. In die tijd behoorde hij tot de heerlijkheid van Mullem. Dit bleef zo tot in de 18 e eeuw.  
     
  In de 19 e eeuw vond men dat de watermolen geen voldoende rendement had zodat omstreeks 1840 een stoommachine geplaatst werd. Vanaf dat ogenblik werd de molen omschreven als een « wateroliemolen met stoom ». De activiteit bestond dan in het malen van graan maar ook in het pletten van lijnzaad.  
     
  In 1891 wordt de stoommachine verkocht waardoor de watermolen uitsluitend graanmolen werd. In 1895 plaatste men echter opnieuw een stoommachine en de inrichting werd bijgevolg vanaf dan ingeschreven als « koren en lijnkoekwaterstoommolen ».  
     
  In 1954 werd het binnenwerk van de oude watermolen gesloopt. Enkel het waterrad en een deel van het sluiswerk beleven over. De twee pletterstenen die tegen de romp van de windmolen staan zijn afkomstig van de voormalige lijnkoekoliemolen uit 1896. Alle gietijzeren onderdelen van het draaiende werk zijn verdwenen. Alleen het molenrad en het sluiswerk bleef bewaard, maar raakten de laatste jaren sterk in verval.