Uit verschillende gegevens blijkt dat de watermolen op het domein zowel graan maalde als olie sloeg. De beek die langs het domein loopt en voor de watervoorraad zorgt van de twee grote molenvijvers ontspringt als « Frankaertsbeek » in de buurt van Wortegem. Eénmaal voorbij Mullem wordt ze de « Molenbeek » en op het grondgebied van Zingem de « Stampkotbeek ». Uiteindelijk mondt ze voorbij Asper uit in de Schelde.
Omdat het verval van de Molenbeek niet groot genoeg was en het debiet niet constant, werd reeds in vroege tijden een vijver van 30 aren aangelegd met daarnaast een spaarbekken van ongeveer één hectare. De vijver deed ook dienst als visvijver. Naast het molenrecht, behoorde in het Ancien Régime ook het visrecht toe aan de plaatselijke heer.